Image
15/03/2014

Straffe studenten

Niet iedereen plakt op elk vrij moment aan de toog van een of andere kroeg. Veel studenten hebben een hobby en sommigen zijn er zelfs verdomd goed in geworden. Voor deze reportage speurden we de campussen af, op zoek naar artistiek talent en zo ontmoetten we drie sterke mannen en één lekker wijfie.


Wie? Carlo De Caluwé (23, Aalst)

Wat? combineert topsport ropeskipping met studeren

“Toen ik twaalf was, trad een lokale ropeskippinggroep op tijdens het schoolfeest en ik dacht onmiddellijk: ‘Dat wil ik ook kunnen’.” Intussen behaalde Carlo de bronzen ‘overall’-medaille op het EK in Denemarken afgelopen zomer en ook een podiumplaats op een van de disciplines tijdens het wereldkampioenschap in Florida de zomer daarvoor. “Dit jaar mikken we op een selectie voor én een podiumplaats tijdens het WK in Hongkong. Ik ben eigenlijk nog niet zo lang bezig op competitieniveau, omdat ik het lang recreatief heb gedaan. België is het sterkste land qua ropeskipping, dus is het zeer moeilijk om je te plaatsen voor een EK- of WK-selectie.”

“Mijn haren gaan altijd overeind staan als mensen ropeskipping vergelijken met ‘touwtje springen’. Het is zoveel uitgebreider dan dat. Het technische aspect wordt aangevuld of gecombineerd met turnen, breakdance, hiphop... De helft van de tijd ben je zelfs niet op je voeten aan het springen, maar op je handen, ellebogen of rug, of hang je ondersteboven in een salto. Volledig getraind staan is een must. Op een doorsnee training beginnen we met een kwartier cardiovasculaire opwarming, dan schakelen we over naar de snelheidstraining, uithouding, lenigheid en kracht, en daarna volgt nog een uitgebreide freestyle training. Dat is een vrije oefening op muziek waarin je laat zien wat je allemaal kan, een combinatie van alle vorige onderdelen dus. Omdat de sport zodanig intensief is, kan je niet langer dan twee uur productief trainen. Meestal doen we dat drie keer per week, maar in de aanloop naar een grote wedstrijd loopt het aantal trainingen sterk op.” Ropeskipping is een van de meest belastende sporten voor je lichaam omdat je constant schokken moet opvangen. “Tijdens wedstrijden zie je dan ook overal ondersteunende verbanden en zo. Zelf ben ik gelukkig altijd al gespaard gebleven van zeer erge blessures – omdat ik zwaar gebouwd ben, heb ik sterke gewrichten – maar ik begin toch te merken dat er de laatste tijd stilaan slijt op begint te komen. Dat zal de ouderdom zijn zeker. (lacht) Mijn ergste blessure was toen mijn bovenbeen uit mijn heup krakte bij het vallen in split. Gelukkig schoof alles meteen terug op zijn plaats, dus was ik maar enkele weken out.”

“Aan de ene kant vind ik het schandalig om te zien dat er bij andere sporten enorme hoeveelheden geld worden uitgedeeld en dat wij niets krijgen, maar anderzijds laat dat wel zien dat ‘bij ons’ iedereen dit doet uit passie en plezier. Op een gemiddelde internationale wedstrijd kaapt België zeventig à tachtig percent van alle medailles weg. Het enige dat we in de plaats krijgen, is de eer, de ervaring en een peperdure rekening voor een vliegticket. Wie demonstraties en lessen geeft, kan wél een mooi centje bijverdienen. Vrienden van mij trekken zo de wereld rond, en ikzelf heb ook al lesgegeven in het buitenland. Jaarlijks nodig ik ook enkele mensen uit andere clubs uit om tijdens de kerstperiode improvisatieshowtjes te geven op straat, in de hoop zo geld in te zamelen voor het goede doel. ’t Is altijd leuk om eens met andere mensen samen te springen dan je gewend bent en je helpt er nog mensen mee ook.”


Wie? Tim Desmet (20, Gistel)

Wat? behoort tot de wereldtop in het eenwieleren

“Aangezien ik vroeger geïnteresseerd was in ‘circustoestanden’, ben ik in het vijfde leerjaar beginnen te eenwieleren, maar het werd pas serieus toen ik op mijn veertiende samen met mijn beste vriend Arne een filmpje over eenwieleren zag op YouTube. We waren allebei onder de indruk en besloten er ons wat meer op toe te leggen.” Al wat de twee vrienden kunnen, leerden ze zichzelf of elkaar aan via online tips, tricks en beelden. Van officiële lessen en vaste trainingsdagen is geen sprake. “Als ik niets te doen heb of een pauze wil nemen bij het blokken, dan ga ik gewoon naar buiten met mijn eenwieler, rij ik van plaats naar plaats en oefen ik wat tricks die op dat moment in me opkomen. Ik heb ook nooit de nood gevoeld om naar de fitness te gaan, aangezien je door te oefenen al voldoende – en bovendien ook onmiddellijk de juiste – spieren kweekt.”

De trainingsmethode van Tim blijkt vruchten af te werpen, want in 2008 kroonde hij zich tot trialkampioen van de Benelux, en twee jaar later onofficieel trial- en streetkampioen in Frankrijk. In 2011 werd hij vice-Europees kampioen en in 2012 haalde hij de bronzen medaille op het WK, zowel in trial als in street. "Dat zijn dan ook zijn favoriete onderdelen. Bij trial is het de bedoeling jezelf zo efficiënt mogelijk op een hindernissenparcours vol smalle randjes, obstakels en hoogteverschillen van A naar B te verplaatsen en daarbij zo weinig mogelijk de grond te raken. Bij street komt het erop neer de omgeving te gebruiken bij het uitvoeren van tricks. Naast die twee disciplines ga ik soms ook nog voor flatland, waarbij de rider allerlei tricks doet op de vlakke grond. De enige bescherming die ik draag, zijn scheenbeschermers, omdat je bij het eenwieleren zeer vaak je pedalen tegen je schenen krijgt en dat toch behoorlijk veel pijn doet. Ik kwets mezelf vrij vaak, maar in de meeste gevallen gaat het om blauwe plekken en schaafwonden. Als ik ‘gevaarlijke’ zaken doe, ben ik meestal vrij zeker dat ik het kan of dat ik toch sowieso veilig kan landen, waardoor het risico op slecht vallen al sterk vermindert.”

Tim ziet de stad Gent als zijn speelterrein, en heeft dus vaak publiek. “Of mijn medestudenten weten wat ik doe? In mijn eerste jaar op de universiteit heb ik aan een talentenwedstrijd van de faculteit deelgenomen. En die heb ik ook gewonnen, dus ik veronderstel dat ze het vrij tof vonden. Daarnaast geef ik af en toe een demonstratie. Ik richt binnenkort zelfs een vzw op om dat op een professionelere manier te kunnen doen. Maar eenwieleren is niet goedkoop… Voor een goed exemplaar betaal je ongeveer 500 euro. Gelukkig krijg ik er af en toe eentje cadeau van een sponsor, en ik krijg ook vijftig percent korting op alle onderdelen. De reizen betaal ik echter wel zelf, met behulp van mijn ouders. Niet goedkoop, maar ’t is money well spent, want de sfeer op zulke reizen is onbeschrijflijk.”

Wie? Stefan Willems (20, Overpelt)

Wat? doet aan vuurspuwen en vuureten

“Ik heb mijn eerste stappen gezet in de heerlijke wereld van vuur op mijn vijftiende. Eerst koos ik voor fire poi, een soort van vuurjongleren uitgevonden door de Maori in Nieuw-Zeeland, waarbij je twee fakkels aan ijzeren kettingen aan je polsen bevestigt om die dan in ritmische en uiteenlopende beweging langs je lichaam en hoofd te laten vliegen. Dat was enorm moeilijk en ik heb het dan ook moeten leren met vallen en opstaan. Vuurspuwen is niet zoals voetballen, waarbij je bij een blessure gewoon enkele weken in het ziekenhuis ligt en daarna terug aan de slag kan alsof er niets is gebeurd. Vanaf het moment dat er iets misgaat bij vuurspuwen, ben je getekend voor het leven en die constante spanning is onbeschrijflijk. De eerste keer voelde het alsof ik de hele wereld aankon. Ik had een vlam van drie meter op nog geen vijf centimeter van mijn lippen en dat machtige gevoel heb ik tot nu toe nog nergens anders mogen ervaren. Of die spanning jaar na jaar wegebt? Nee. Telkens als ik mijn fakkel aansteek, komt datzelfde gevoel terug boven.”

Stefan leerde zichzelf alle kneepjes van het vak, maar had wel een mentor die wist waar hij mee bezig was. Vanaf mijn achttiende ben ik me nog extra gaan verdiepen via workshops bij de VuurGilde in Nederland.” Vandaag gaat Stefan dan ook al veel verder dan enkel vuurspuwen. “Ik zie mezelf als vuurartiest. Zo heb ik deze zomer leren vuureten en kan ik ook overweg met een vuurstaf.” Hoewel hij zelf verzot is op de sport, wil Stefan toch ook wel wijzen op de gevaren. “Veel mensen weten niet dat je op een bepaalde manier moet ademen bij het vuurspuwen, en sommigen zijn ook onterecht zelfverzekerd. Trouwens, de vloeistof die we drinken is geen alcoholische vloeistof. Alles op basis van alcohol kan een onvoorspelbare terugslag uitlokken die je mond en ingewanden in de fik kan zetten. Ik moet denken aan mijn Hollandse kameraad die bij de scouts al negen jaar vuurspuwde, maar bij wie het toch grandioos misliep. Zijn baard vloog in brand en geloof me, niets is zo angstaanjagend om je vriend als een brandende fakkel in grote paniek te zien rondlopen. Gelukkig waren we voorbereid op het ergste en hadden we het vuur dus snel uit. Hij is ervan afgekomen met eerste- en tweedegraads brandwonden. Ikzelf drink vooraf altijd een glas volle melk voor ik ga vuurspuwen. De melk zou voor een beschermingslaag zorgen in je mond, waardoor je minder van die vloeistof (Stefan vermeldt niet welke uit veiligheidsoverwegingen - SVR) opneemt via je poriën. Dat is niet wetenschappelijk bewezen, maar wordt als een traditie gezien. Ikzelf ben van mening: baat het niet, dan schaadt het niet.”

“Intussen ben ik in mijn gemeente vaste randanimatie geworden tijdens het Sint-Maartenvuurspektakel en bij openingen van cafés, feestjes en kerstmarkten en dergelijke. Daar krijg ik dan een leuke vergoeding voor, en dat is handig meegenomen om het materiaal te kunnen financieren. Of toch een klein deel ervan. Om eventjes de kosten te schetsen: mijn laatste aankoop uit Amerika kostte 675 euro, en daarbij mag je nog eens 300 euro aan douanerechten tellen. Sindsdien laat ik alles uit Nieuw-Zeeland komen, aangezien de kosten daar iets lager liggen. Reken ook maar 7,50 euro per fles vloeistof, exclusief transport, die je op amper vijf minuten de lucht in sproeit. Mijn ouders zijn tot op de dag van vandaag ‘enorm blij’ dat ik vuurartiest ben. (bulderlacht) Het past niet in hun plaatje, maar dat heeft me nooit belet. Integendeel. Hoe harder ze zich verzetten, hoe gemotiveerder ik was om te bewijzen dat ik het kon.”

Wie? Kelly Roox oftewel LaChanda (18, Kuringen)

Wat? doet aan buikdansen

“Toen de nicht van mijn ex tijdens het kerstfeestje in 2012 een buikdanschoreografie liet zien, was ik helemaal verkocht. Ik besloot les te gaan volgen en kwam zo bij Ietara in Hasselt terecht. In augustus las ik op Facebook dat een showteam uit Deurne op zoek was naar twee nieuwe leden en sinds september ben ik vast lid van Kayla’s Oriental Fantasy Dancers.” Kelly traint elke dinsdag twee uur, maar probeert daarbuiten thuis nog wat extra te oefenen. “Dat moet wel, want er zijn veel bewegingen die ik nog nooit heb gezien. Dat maakt het allemaal wat moeilijker, maar ik hou wel van die uitdaging.” In 2014 neemt Kelly deel aan Kunstbende, een jongerenwedstrijd die loopt over gans Vlaanderen met onder andere een categorie dans, en daarvoor werkt ze momenteel aan een eigen choreografie. Vorig jaar deed ze ook al mee met de voorrondes, en behaalde toen de derde plaats. “Toen zou ik mezelf als euforisch goed hebben omschreven, maar intussen ben ik met beide voeten op de grond beland. Voor het niveau waarnaar ik wil streven, professioneel dus, ben ik nog bijlange niet goed genoeg. Maar ik moet zeggen dat ik al heel wat verbetering heb geboekt op een korte tijd. Allemaal dankzij de goede coaching van mijn leerkracht Kayla en de goede tips van mijn danscollega’s. Ik kan heel snel nieuwigheden in mijn geheugen opnemen. Net zoals ik gemakkelijk de volgorde van bewegingen in een choreografie kan onthouden.”

“Vaak krijg ik van leeftijdsgenoten reacties zoals ‘keicoole hobby’ en ‘da’s echt superchic’, maar ik heb ook al vaak andere reacties gehoord. Zo ontdekte ik al dat hoe ouder de venten zijn, hoe heter ze tegen je uitpakken. Onlangs moest ik nog eens met mijn collega’s van Hasselt optreden op een verjaardagsfeestje. Zoals altijd kleden we ons iets vroeger aan en lopen we dan rond in onze kostuums. Met sluier over de schouder, buikdansbeha en bijpassende rok dus. Ik passeerde langs een man, ik schat hem rond de 50 jaar, en hij zei tegen mij: ‘Zoveel bloot, dat kan ik wel niet aan he.’ ‘Wacht maar tot ik mijn sluier uit doe, dan krijg je een hartaanval,’ antwoordde ik. (lacht) Dat doet me allemaal niet veel. Als mensen waarmee ik een hechte band heb zich negatief uitspreken over mij, doet dat me wel iets. Onlangs was dat het geval. Meestal negeer ik negativiteit, maar deze keer heb ik het kunnen ombuigen naar iets positiefs. Ik heb nu de wilskracht om nog harder te werken. Ik zal ze tonen dat die ‘talentloze’ het wél kan maken.”

(SVR)


Comment

  • Slider
  • Slider
  • Slider
  • Slider
  • Slider
  • Slider
  • Slider
  • Slider

SOCIAL



Poll

Hoe blij ben jij met de lente-editie van ons nieuwe GUIDO STUDENT PACK?

 Superblij, dikke merci Guido!
 Oh, ik moet er nog om!

Job in the picture

Ook #MUILDRANG?

“Ik ben die corona’s echt massa’s beu, ik heb het psychologisch heel zwaar en ik heb [...]

04/04/2021

Vrijwilligers herdenken slachtoffers van COVID-19 met 150.000 harten

De muur aan de Thames tegenover de Londense Houses of Parliament is omgetoverd tot COVID-19 gedenkplaats. [...]

03/04/2021

Spotify-lijsten van Barilla geven aan wanneer je pasta gekookt is

Pasta is niet alleen lekker, er bestaan ook veel gemakkelijke pastagerechten om klaar te maken. Tenzij [...]

03/04/2021

GUIDO NV is het nummer 1 Belgische niche-mediabedrijf naar de doelgroep jongeren (studenten in het bijzonder), scholieren en Young Starters

Bruiloftstraat 127, 9050 Gentbrugge
Tel.: +32 (0) 9 210 74 84