Citytrip naar de Portugese hoofdstad Lissabon
De hoofdstad van Portugal ligt aan de monding van de Taag, een rivier die ter hoogte van Lissabon zo breed wordt dat het een stad aan zee lijkt, hoewel de oceaan nog een dikke tien kilometer verder westwaarts ligt.
Hier zetelden de middeleeuwse koningen die ontdekkingsreizigers als Vasco da Gama met hun sierlijke karvelen eropuit stuurden naar nieuwe werelden. Daar blijven nog heel wat sporen van over, vooral in de voorstad Belém, een kilometer of zeven van het centrum. Daar waakt nog steeds trots de Torre de Belém over de monding, de elegante vestingstoren van waaruit het koninklijke zeegat werd verdedigd en waar de rijkdommen uit de koloniën in ontvangst werden genomen. De verhalen die de zeelui meebrachten uit verre oorden, zorgden zelfs voor een nieuwe architecturale stijl, uniek voor Portugal: zowel de Torre als het klooster Mosteiro dos Jerónimos zijn in Manuelstijl afgewerkt, met steenhouwwerk vol exotische details als lianen, palmen en wilde dieren. Moderner is het imposante, heroïsche monument Padrão dos Descobrimentos uit 1960, gebouwd om de vijfhonderdste sterfdag van Hendrik de Zeevaarder te herdenken. Wie nog meer wil weten over de Portugese vloot, mag het Museu de Marinha niet missen, in de linkervleugel van het klooster.
Heuvels, liften en krakende trammetjes
In de binnenstad, op de Praça do Comércio, stond vroeger het Koninklijk Paleis, maar dat werd helemaal verwoest door de aardbeving van 1755. Hier werden de goederen verhandeld die de schepen hadden meegebracht. Vandaag koop je er souvenirs uit kurk, blauwe tegeltjes (azulejos) voor aan de muur, kleurrijke blikjes sardines of - voor de liefhebbers - schimmige pakjes hasj van de vele dealers die je om de haverklap komen lastigvallen. Over handel gesproken: als je onder de imposante triomfboog door loopt, kom je in de Rua Augusta terecht, dé winkelstraat van Lissabon. Twee kruispunten verder zie je al de stokoude gele trammetjes knarsend de heuvel op rijden. Volg gewoon de tramsporen naar rechts. Voorbij de kathedraal klim je verder naar boven, waar je op verschillende uitkijkpunten een fantastisch uitzicht hebt op de oude benedenstad en de Taag. Het loont de moeite om verder te klimmen tot het kasteel (Castelo de São Jorge), dat als een arendsnest boven de stad troont, en daal ook eens af in de oude Moorse wijk Alfama, een wirwar van trappen en steegjes vol kleurrijk bebloemde gevels, waar op de pleintjes mandarijntjes aan de bomen groeien en verwaaide huizen de zwaartekracht uitdagen. Als je met de tram terugrijdt (zo ervaar je zelf ook eens hoe sardientjes in blik zich voelen) kan je aan de andere kant van de winkelstraat de sierlijke gietijzeren lift Elevador de Santa Justa nemen tot bij de ruïne van het Convento do Carmo.
Hip en betaalbaar uitgaan
Lissabon is hip en betaalbaar. Wie wil proeven van het nachtleven, trekt naar de Bairro Alto of de stationsbuurt Cais do Sodré. Daar ga je op zoek naar het verkeersvrije 'roze straatje' Rua Nova do Carvalho. Aan de ene kant van de onderdoorgang vind je hippe cafés, wijnbars en restaurants, aan de andere kant clubs. Nog meer discotheken - vaak met exotische ritmes uit voormalige Portugese koloniën - vind je in loodsen in de havenbuurt. Te luidruchtig voor jou? Neem dan gewoon een fles wijn mee naar de oever van de Taag, ga op de kade zitten en geniet bij zonsondergang van de luimige sfeer en de muziek van straatmuzikanten.
Tekst: Herbert De Paepe