Image
27/11/2002

¡Hola amigos! Twee weken Mexico

"Genoeg gewerkt!" sprak onze redacteur terecht. Hij nam zijn lief en zijn VISA-kaart onder de arm en klom in een vliegtuig richting Mexico. Het regenseizoen liep naar z'n eind, en de toeristen waren dungezaaid. Een verhaal over cactussen, zakkenrollers en Maya's.

MEXICO CITY

Bronchitis Mexicana

Snipverkouden landen in Mexico City, het is niet meteen de aanrader van het jaar. Ciudad de México is de grootste stad ter wereld: 20 miljoen mensen opeengepakt in een vallei (vroeger een meer) tussen vulkanische heuvels. Terwijl we naar ons hotel rijden, kijk ik verwonderd uit het raampje. Het is na middernacht, en de stad lijkt uitgestorven.

Leve de jetlag: 's anderendaags zijn we om vijf uur 's ochtends klaarwakker. Enig oriënterend geblader in de Lonely Planet leert ons dat we vlakbij El Zócalo gelogeerd zijn, het centrale plein van Mexico City. We wandelen erheen bij zonsopgang. Het verkeer is nog vrij mild, maar toch grijpt Mexico's legendarische smog ons al meteen naar de keel. Voeg daar de hoogte (±2000 meter) en mijn verkoudheid aan toe, en je begrijpt dat ik na tien minuten wandelen buiten adem was. Op de Zócalo staat de grootste kathedraal van Latijns-Amerika, een prachtig maar vervaarlijk wegzakkend monument, waarvan elke vierkante meter onderstut is. Maar goed, terug naar het hotel, want we hebben een afspraak met José Luís. Hij is een olijke chauffeur die zich als een vlo in ons heeft vastgebeten zodra we arriveerden. Hij zou ons vandaag naar de Aztekenstad Teotihuacán voeren, and he wouldn't take no for an answer!

Teotihuacán

Via de Plaza de las Tres Culturas en de basiliek van Guadalupe (een aanrader: het Lourdes van Zuid-Amerika. Mirakels zomaar onder je neus!) komen we rond de middag aan in Teotihuacán. Het is de grootste Aztekenstad, gedomineerd door twee geweldige piramides. De Zonnepiramide is de hoogste (enkel Cheops in Egypte is groter), maar die van de maan is mooier. We beklimmen dan ook de Zonnepiramide, voor een prachtig uitzicht over de hele stad. Het is wel dodelijk: op die hoogte weegt elke inspanning loodzwaar. Ik verwacht elk moment dat mijn hart uit mijn keelgat zal springen, zodat het geofferd kan worden aan de Zonnegod. Maar het vergezicht is echt geweldig: we overschouwen de tempel van Quetzalcóatl, de Dodenweg en de Piramide van de Maan, met groene heuvels op de achtergrond. Grote, kleurige vlinders fladderen rond ons hoofd.

Als we terugkeren blijkt José Luís begonnen te zijn aan een flinke siësta in de wagen. Voorzichtig vragen we hem of hij ons terug naar Mexico wil brengen. ¡Si amigo!

Eeuwige lente

Terug van Teotihuacán blijkt Mexico City ontwaakt te zijn. Het historische centrum bruist van het leven: een vurige Indiaan die de bloedige geschiedenis van Tenochtitlán (de Aztekenstad waarop Mexico City gebouwd is) uit de doeken doet voor al wie het wil horen, eetstalletjes met verse kokosnoten, loodgieters en elektriciens die hun diensten aanprijzen voor de kathedraal, bedelaars zonder benen, bedelaars zonder armen, stokoude, blinde Indiaanse vrouwtjes die voortschuifelen over de overvolle trottoirs, luidruchtige straatclowns...

We slapen kort. Ik slaap koortsig. De smog doet mijn verkoudheid geen goed, en maakt er een diepgewortelde bronchitis van. Geen paniek, José Luís to the rescue! Hij heeft een uitstekende, niet al te vermoeiende dagtrip uitgestippeld voor ons: Cuernavaca en Taxco. Alleen al de rit is subliem: de weg slingert zich langs in mist gehulde bergtoppen en overal staan reusachtige cactussen.

Bij het binnenrijden van Cuernavaca (langs een rotonde met een woest standbeeld van Emiliano Zapata) wordt op een spandoek duidelijk gemaakt dat je in de 'Stad van de Eeuwige Lente' bent gearriveerd. Nou en of: Cuernavaca heeft een veel milder klimaat dan Mexico City en is ook een stuk lager gelegen. Het is er razend druk en we haasten ons naar de versterkte kathedraal. Sober maar mooi: aardig om te zien hoe de Indianen creatief waren met vulkanische gesteenten om de Europese glasramen te imiteren.

Zilver in Taxco

Taxco is een hobbelig, pittoresk stadje dat tegen een bergwand is aangebouwd door de Spanjaarden, omdat er in de buurt zilvermijnen waren ontdekt. De Mexicaanse regering heeft het in zijn geheel uitgeroepen tot nationaal monument. José Luís stelt ons voor aan de lokale gids John, die een soort doe-het-zelf-Engels spreekt ("My frien make zjoke: zey call me Johnny Walker!") Hij laat ons de Santa Prisca-basiliek zien en loodst ons dan handig binnen in een zilversmederij. Het zilverwerk blijkt mooi en goedkoop, en binnen de kortste keren is mijn vriendin behangen met juwelen.

Armworstelen in de metro

's Anderendaags is de verkoudheid beter en we worden pas om halfzeven wakker. We slagen erin José Luís van ons lijf te schudden, en gaan met de metro naar het Antropologisch Museum. We waren gewaarschuwd, en in het drukke station Hidalgo is het inderdaad prijs: wanneer de metrodeuren opengaan versperren drie kleine, geblokte chicano's me de weg. Terwijl ik me naar binnen wurm (mijn vriendin stond al in de trein) voel ik hoe een van hen mijn portefeuille probeert te pikken. Ik had er echter mijn duim over geklemd en geef de kerel een fikse elleboogstoot in zijn dikke pens. Ze springen terug op het perron net voor de deuren zich sluiten. Ik heb mijn geld nog. Haha!

De Atlantes van Tula

Na het sublieme Antropologisch Museum nemen we een bus naar Tula, de Toltekenstad waar vier schitterende Atlantes (reusachtige krijgersbeelden) over de stad uitkijken bovenop een zuilentempel. De weg van de ingang naar de site is lang en warm, maar het aardige is dat het pad is afgeboord met exemplaren van zowat elke cactussoort die Mexico rijk is. Zoals in alle archeologische sites in Mexico is men ook hier druk bezig met het opgraven van nog meer ruïnes.

's Avonds lopen we naar de Plaza Garibaldi, waar de mariachi's (typische zangers en muzikanten met zwarte kleren en sombrero's ter grootte van tractorbanden) samenkomen in de hoop dat iemand hen inhuurt voor een feest of hen betaalt voor een lied ter plaatse.

Mooi, dat volstaat voorlopig. Op naar tropischer oorden!

MÉRIDA

36°C in de schaduw

Wanneer we in Mérida, de trotse hoofdstad van het schiereiland Yucatán, uit het vliegtuig stappen, worden we overvallen door een vochtige hitte. Welkom in de tropen: hier liggen de ruïnes in de jungle. Dit is het land van de Maya's.

Mérida is een droom van een stad. Overal schaduw van palmbomen, sympathieke en goedkope restaurantjes en terrasjes, aardige en praatgrage mensen, schattige Maya-kindjes, prachtig weer én alles bereikbaar binnen loopafstand. Hier geen zakkenrollers en geen metro. En ook de smog en de hoogte zijn weg. Dit is het (ietwat zweterige) paradijs.

De Puuc-route

Bevrijd van de José Luíssen van deze wereld, bekijken we in het busstation eens de mogelijkheden. Na wat zoekwerk en wat rudimentair Spaans aan het inlichtingenloket vinden we de perfecte daguitstap: La Ruta Puuc. De bus rijdt een hele dag rond, stopt bij niet minder dan vijf Maya-ruïnes en komt dan terug naar Mérida. Dat alles voor 200 frank. Yes!

Het is halftien 's morgens als we ergens diep in de Puuc-heuvels halthouden in Labná. In de bus zitten hoogstens tien toeristen. "Labná, treinta minutas," zegt de chauffeur. Slalommend tussen de wilde kalkoenen zetten we onze eerste stappen in de jungle. Wat na vijfhonderd meter opdoemt is verbijsterend: een kleine, maar prachtig bewaarde tempel met een triomfboog ervoor. Er is niemand, je hoort enkel de vogels en het gezoem van honderden insecten. Treinta minutas zijn vlug voorbij, verder richting Xlapak: nog kleiner, maar even mooi. En dan Sayil, de derde Puuc-site. Ondertussen is de zon opgeklommen, en bij elke stap gutst het zweet van ons lijf. Net uit de Puuc-heuvels stoppen we in Kabah, waar de beroemde tempel met de 300 afbeeldingen van de regengod Chac staat. Na afloop giet ik een ijsgekoelde fles Pepsi van 600 ml in één teug naar binnen. Laatste halte, goed voor twee uur exploratie: de fantastische Maya-stad Uxmal. Dit vond ik misschien wel het allermooiste: de ongelooflijk steile Piramide van de Tovenaar beklimmen, en dan het fantastische vergezicht, met het klooster, de schildpaddentempel, de duiventil en daarachter het oerwoud. Geradbraakt maar gelukkig rijden we terug naar Mérida.

Flamingo's en Mangroven

Hoog tijd voor een nature break. In een tweedeklasbusstation nemen we de gammele bus naar Celestún, een luimig kustplaatsje aan de Golf van Mexico, bekend voor zijn flamingomeer. Een besnorde kerel die geen woord Engels spreekt neemt ons mee in zijn lancha (een soort grote motorboot, maar aangezien er geen kat te bekennen was zaten we er alleen in) voor een tocht van een dik uur. Andermaal subliem: opvliegende flamingokolonies, pelikanen, een eilandje waar de aalscholvers nestelen en een Indiana Jones-achtig staaltje vaarkunst tussen de mangrovewortels. Termietennesten, beste vrienden, die zijn groot en daar blijf je af.

Terug in het dorpje hangt iedereen wat rond op het kerkplein. Er jaagt al eens een kindje achter een kip. Er passeert eens een uit elkaar hangende vrachtwagen. Men slaat de muggen weg. Hier gaat het leven gewoon wat trager. Neem nu onze bus terug naar Mérida. Hij is op tijd, maar er is een klein detail: de batterij is plat. Zo duw ik samen met een dozijn lachende Mexicanen de bus in gang. Geen probleem, dit is Celestún!

De grootste kalender ter wereld

Wat Teotihuacán voor de Azteken is, is Chichén Itzá voor de Maya's: de meest spectaculaire, best bewaarde archeologische stad van Yucatán. Bij het binnenkomen doemt El Castillo voor je op: een perfecte piramide, en eigenlijk een reusachtige Maya-kalender, stampvol astronomische symboliek. Eén voorbeeldje maar: de vier trappen tellen elk 91 treden. Tel daar het bovenste platform bij op, dan krijg je 4x91+1=365, de dagen van het jaar. De trappen zijn afgeboord met een slangmotief, dat tweemaal per jaar (op 21 maart en 21 september, de equinox, wanneer dag en nacht even lang zijn) een geweldige illusie geeft: de ondergaande zon schildert een licht- en schaduwspel op de zijkant van de trap, zodat het lijkt of een reusachtige slang van de piramide naar beneden glijdt. We zijn helaas net een week te laat.

Andere hoogtepunten van Chichén Itzá zijn het astronomische observatorium El Caracol, waarin de ramen zeer specifiek naar bepaalde planeten en sterrenstelsels zijn gericht, en de superbe tempel van de duizend zuilen.

Met pijn in het hart nemen we afscheid van Yucatán. We nemen de bus naar Cancún. Op naar de Caraïben!

CANCÚN

Big Business

Cancún. Een mirakel en een paradijs voor de ene, een bron van ergernis voor de andere. 25 jaar geleden was dit de verlaten oostelijke tip van Mexico, een vergeten eilandje vlak voor de Caraïbische kust. Tot een paar toeristische strategen besloten er het ideale vakantie-oord voor gringo's van te maken. Vandaag is Cancún een 21 kilometer lange strip met helwitte stranden, azuurblauw water en letterlijk tientallen luxehotels. Discotheken, Planet Hollywood, themarestaurants, parasailing, waterscooters... Cancún is de Mexicaanse kopie van Miami, en de Amerikanen zijn er dol op. Alle prijzen zijn in dollars aangegeven, en Cancún is op zijn eentje goed voor 20% van alle toeristische inkomsten van het land.

Cobá en Tulum

Een daguitstap blijkt hier onbetaalbaar. We huren dan maar zelf een autootje (VW kever!) en rijden de jungle in, naar het mysterieuze Cobá. Dit zou wel eens de grootste Maya-stad van allemaal kunnen zijn (ze wordt geschat op 6500 gebouwen!), maar het grootste gedeelte is nog steeds overwoekerd door de jungle. Wat je wél kan zien loont echter beslist de moeite, al snappen de archeologen er niet echt veel van. De architectuur is eerder verwant met die van de Maya-ruïnes van Tikal in Guatemala, en komt niet overeen met de veel dichterbij gelegen steden Uxmal en Chichén Itzá. Er wordt vermoed dat een handelshuwelijk tussen Tikal en Cobá hiervoor verantwoordelijk is. Het zal ons een zorg wezen: we wandelen zes kilometer door de dichtste jungle die we tot nu toe zagen en vergapen ons aan geweldige bouwwerken, waaronder de hoogste Maya-piramide ter wereld. Vanop de top zie je dat hier en daar in het oerwoud kleine meren liggen.

In onze kever terug naar de bewoonde wereld: Tulum, een kleine maar zeer goed bewaarde Maya-stad hoog op de rotsen boven de Caraïbische zee. Dit waren de eerste Maya-constructies die de Spanjaarden in het oog kregen toen ze de Mexicaanse kust zagen opdoemen. Ze hadden het slechter kunnen treffen.

Onze laatste dagen in Cancún zal ik je besparen, tenzij je een boodschap hebt aan verhalen over blote nachtelijke zwempartijtjes, happy hour in de La Vista-bar op het strand, zeeziekte in de snorkelboot, gigantische T-bonesteaks en het Terminator-kostuum van Arnold Schwarzenegger in Planet Hollywood...

(HDP)


Comment

TopMovies

SOCIAL



Poll

Job in the picture

Meer buitenlandse studenten blijven in België om te werken

Buitenlandse studenten blijven na het afronden van hun studies vaker in België. Dat zegt Nicole de Moor, [...]

14/05/2024

Odisee-hogeschool ziet aantal tweede semester-starters met 65% stijgen

Het aantal studenten dat aan de Odisee-hogeschool in het tweede semester start, is met 65 procent gestegen [...]

13/05/2024

Jongeren in Menen kunnen aangeven waar ze zich onveilig voelen

De stad Menen wil plaatsen waar jongeren zich onveilig voelen in kaart brengen. Hoe? Door QR-codes [...]

12/05/2024

GUIDO NV is het nummer 1 Belgische niche-mediabedrijf naar de doelgroep jongeren (studenten in het bijzonder), scholieren en Young Starters

Bruiloftstraat 127, 9050 Gentbrugge
Tel.: +32 (0) 9 210 74 84