Adil El Arbi & Bilall Fallah: "Iedereen vond ons sympathiek op Sint-Lukas, maar niemand nam ons au sérieux."
Ze waren al het coolste regisseursduo van het land, en nu hebben ze ook nog een splinterbom van een film gemaakt: met het opwindende grootstadsdrama Black hebben Adil El Arbi en Bilall Fallah zichzelf definitief op de kaart gezet. Hollywood is hun einddoel, maar wij konden de ambitieuze ketten gewoon spreken in een donkere bar in Gent.
GUIDO: Wat wilden jullie worden toen jullie tien jaar waren?
Adil: (zonder aarzelen) Filmregisseur.
Bilall: Ik wou toen acteur worden.
Adil: Toen ik zeven was, wou ik dat ook. Acteur worden in Hollywood, dat schreef ik in de klasgenotenboekjes van mijn vrienden. Maar toen ik acht werd, ontdekte ik dat er zoiets bestond als een regisseur, die alle touwtjes in handen heeft. En toen wou ik dat worden.
Bilall: Ik veranderde altijd van gedacht nadat ik een film had gezien die me fascineerde. Door
Indiana Jones wou ik archeoloog worden. Ik kwam buiten bij
Apollo 13 en wou astronaut worden. Na
Jurassic Park zag ik mezelf als paleontoloog. Snap je? Maar toen ik in het middelbaar zat, zag ik
La Haine. Toen wist ik dat ik filmmaker wou worden.
GUIDO: Jongensdromen zijn mooi, maar hoe breng je zoiets in de praktijk?
Adil: In het middelbaar studeerde ik Latijn-Wiskunde-Wetenschappen. Mijn klasgenoten gingen allemaal burgerlijk ingenieur worden, of advocaat...
GUIDO: Serieuze beroepen.
Adil: Ja voilà. Iets deftigs. Terwijl ik film wou doen, iets waar mijn toenmalige leraars raar van opkeken. Maar voor mij leed het geen twijfel: het moest en zou film worden. Mijn ouders waren daar wel een beetje bang van, maar ze zeiden: probeer het. Waarschijnlijk dachten ze: het zal toch
fucked zijn na een jaar, en daarna doet hij wel iets serieus.
Bilall: Ik heb me wat meer laten beïnvloeden. Het is voor blanke jongeren al niet evident om voor kunstonderwijs te kiezen, en als je een allochtone achtergrond hebt al helemaal niet. Ik heb een jaar een poging ondernomen om Kunstwetenschappen te studeren aan de universiteit, maar film bleef door mijn hoofd spoken. Toen heb ik tegen mijn vader gezegd: ofwel word ik filmmaker, ofwel
fucking clochard. (lacht)
Hipsters en Marokkanen
GUIDO: Jullie waren studiegenoten op de filmschool?
Adil: Ja, ik was daar de enige Marokkaan.
Bilall: Het liep vol hipsters op Sint-Lukas.
Arty-farty volkje.
Adil: Totaal niet ons profiel eigenlijk.
GUIDO: Waren jullie outsiders?
Bilall: O ja. Iedereen vond ons sympathiek, maar niemand nam ons au sérieux.
Adil: Niemand geloofde dat wij echt filmmakers zouden worden. Er werden toen vooral kunstfilms gemaakt op
Sint-Lukas. Genrefilms zoals wij die wilden maken, dat was uit den boze. Als je afkwam met Spielberg of Scorsese of Tarantino, zeiden ze dat we beter
RITS konden gaan doen, want dat was een meer technische opleiding. Dat vonden wij bullshit, want genrefilms kunnen evenzeer artistiek zijn. En toen zagen we
Plan B van Robin Pront, die nu
D'Ardennen heeft gemaakt. Robin zat drie jaar hoger dan wij. Toen dachten we: wat hij doet, zoiets willen wij ook.
Bilall: Ja, of
Carlo van Michaël R. Roskam, nog zo'n kortfilm die onze ogen heeft geopend. Wow, Vlaamse film kon dus ook cool zijn, kon een Hollywoodiaanse stempel hebben!
Adil: Wij zijn opgegroeid met Hollywoodfilms. Dat zijn de films die ons zin hebben gegeven om cinema te gaan doen. Hollywood is altijd ons einddoel geweest.
GUIDO: Dat zijn natuurlijk de films die veel geld kosten...
Adil: Ha ja, daarom willen we ook naar daar gaan, want hier kunnen we zulke films niet maken.
Bilall: De verhalen die wij willen vertellen, kosten nu eenmaal veel geld.
Adil: En het zou een beetje moeilijk zijn om Denzel Washington, Brad Pitt of Leonardo DiCaprio naar Sint-Joost-ten-Node te halen hé.
(lacht)
GUIDO: Wanneer hebben jullie beslist om te werken als duo?
Adil: Dat was niet echt een beslissing, dat is gewoon organisch gegroeid. Ik was Bilall aan het helpen met zijn eindwerk, en hij mij met het mijne. Gaandeweg realiseerden we dat we die films eigenlijk samen aan het maken waren, en zeiden we: laat we dat voortaan altijd zo doen.
Bilall: We delen dezelfde visie. Hetzelfde einddoel. We hoefden niet eens na te denken over onze samenwerking, het is gewoon gebeurd.
GUIDO: Hebben jullie elk een specialiteit?
Adil: Onze samenwerking is puur organisch. Soms zeggen we wel eens dat ik meer met de acteurs communiceer en Bilall meer met de cameramensen en zo. Maar dat kan evengoed switchen.
Bilall: Adil is de
bad cop, ik ben de
good cop. Soms kan hij een keiharde opmerking maken die een acteur bijna doet wenen, en dan ga ik die een beetje moed inpraten.
Kalm blijven
GUIDO: Het feit dat Black er zo snel is gekomen na jullie debuut Image, heeft dat te maken met jouw doortocht bij De Slimste Mens, Adil?
Adil: Nee, we hadden
Black al gedraaid vóór
De Slimste Mens. De filmrechten van de boeken van Dirk Bracke waarop de film is gebaseerd, waren al verkocht, dus eigenlijk waren we te laat. We zaten toen nog op
Sint-Lukas en we waren gedegouteerd, want dat was echt de film die wij wilden maken.
Bilall: We waren
pissed op de wereld toen!
Adil: Hans Herbots zou
Black draaien. Toen hebben we hem gevraagd of we mochten komen helpen op de set, als jonge filmstudentjes.
Bilall: We waren zo verliefd op dat verhaal, dat we er absoluut deel van wilden uitmaken, op eender welke manier. En ondertussen waren we al met ons eigen filmdebuut bezig.
Adil: En wat gebeurde er toen? Tijdens de voorbereidingen voor
Black vroeg Hans ons: zeg, willen jullie deze film niet gewoon zélf maken?
Fuck man, dat was het bangelijkste cadeau dat je ons kon geven, want het project stond al zo goed als in de steigers, er was al
money gevonden, alles was klaar. En tegelijk zijn we toch doorgegaan met
Image. Zo komt het dat we met twee films in hetzelfde jaar in de cinema zijn gekomen. Ik denk dat alleen Jan Verheyen ons dat heeft voorgedaan in Vlaanderen.
GUIDO: Dirk Bracke schrijft jeugdboeken, maar Black is allesbehalve een jeugdfilm geworden. Hebben jullie het verhaal harder gemaakt?
Adil: Dirk Bracke schrijft heel hard, dat is zijn stijl, maar hij richt zich wel op een publiek van vijftien- en zestienjarigen. Cinema werkt niet op die manier. Wij willen iedereen bereiken, op een volwassen manier.
GUIDO: De grootstad Brussel is bijna een personage in de film.
Bilall: Daar hebben we ook naar gestreefd, net zoals New York een personage is in de films van Scorsese en Spike Lee.
GUIDO: Hebben jullie die spectaculaire luchtshots met drones gemaakt?
Adil: Nee man, gewoon vanop een dak! Helaas hadden we geen
drones.
GUIDO: Hoe was het om te filmen in de ruige quartiers van Brussel? Waren jullie daar welkom?
Adil: Het grootste deel van de wijk stond achter ons en steunde ons volle bak. Maar in het begin, toen ze ons nog niet kenden, kwamen er wel elementen agressief uit de hoek. We zijn bedreigd geweest, iemand heeft een mes getrokken, er is gevochten, er is materiaal vernield... Kalm blijven is dan de boodschap. Die heethoofden werden trouwens gekalmeerd door mensen uit de
quartier zelf.
Bilall: Niet in die wijken draaien, was voor ons geen optie. Dat was nodig voor de authenticiteit waarnaar we streefden.
foto: Jerroen Willems
(HDP)