Workaholics: HOOVERPHONIC
Terwijl vakbonden verwoed onderhandelen over werkduurverkorting en nogal wat werknemers worstelen met een burn-out, zijn er ook mensen die maar niet genoeg krijgen van hun job. Ze staan op met hun werk, gaan ermee slapen, en 's nachts dromen ze ervan. Zeven dagen op zeven. And they love it. Het zijn workaholics, en GUIDO probeert een gaatje te prikken in hun overkokende agenda.
ALEX CALLIER: "In Nederland zijn er altijd wel een paar fans die met mij een tong willen komen draaien."
Niemand minder dan premier Elio Di Rupo kwam eind april eigenhandig een platina plaat overhandigen aan Alex Callier, Noémie Wolfs en Raymond Geerts van Hooverphonic, voor de verkoop van 20.000 exemplaren van hun nieuwe cd Hooverphonic with Orchestra. Alex Callier is dan ook een van de hardst werkende mensen in de vaderlandse muziekscene. De voorbije winter zag je hem nog tranen wegpinken in de jury van The Voice van Vlaanderen. Zelfs toen frontvrouw Geike de groep verliet, bleef Alex in afwachting van een nieuwe zangeres niet bij de pakken neerzitten, wat resulteerde in zijn soloproject met bijbehorende cd Hairglow. Maar kijk, Hooverphonic staat inmiddels opnieuw aan de top. Op zomerse festivalpodia zal je de groep met 65-koppig symfonisch orkest niet aantreffen, maar in het najaar trekken Callier en de zijnen richting Sportpaleis. In afwachting wil de notoire workaholic maar wat graag een greep festivalervaringen uit zijn vijftienjarige carrière met ons delen.
GUIDO: Ben je zenuwachtig als je voor het eerst met nieuwe nummers het podium op moet?
Alex: Zenuwachtig is misschien niet het juiste woord, maar ik ben wel altijd nieuwsgierig hoe de nummers het live zullen doen. Als dan blijkt dat het publiek uit zijn dak gaat, is het alsof we in het paradijs zijn beland. Vooral op festivals vraag ik me wel eens af wat het zal geven. We maken nogal intimistische muziek, en je weet op voorhand niet echt hoe dat op een groot podium zal klinken. Maar we hebben wel degelijk vertrouwen in wat we doen, wees gerust.
GUIDO: Als je songs aan het schrijven bent, ben je er dan al mee bezig hoe ze live zullen klinken?
Alex: Nee, dat nu ook weer niet. Zelfs bij de opname van een cd zijn we nog niet echt bezig met de manier waarop we de nummers live zullen brengen. Songs opnemen of een concert spelen, dat zijn voor ons twee totaal verschillende dingen. Ik heb inmiddels genoeg ervaring om te weten dat als een nummer echt goed is, je op je gevoel kan afgaan. We weten altijd wel een goeie manier te vinden om ze naar het podium te vertalen. Dikwijls wordt het dan zelfs een totaal nieuwe versie van het nummer. Neem nu een song als 'Wake up' uit No More Sweet Music. Op de cd vond je al twee verschillende versies terug, en live op het podium was eigenlijk een derde versie.
De geur van badschuim
GUIDO: Even abstractie makend van het symfonisch avontuur waarin jullie vandaag zijn beland: in welke festivalsfeer komt de muziek van Hooverphonic het best tot zijn recht?
Alex: Ofwel in een tent, ofwel op een plein midden in de stad. Dat past het best bij onze stijl van muziek. Maar ik hou wel van wat variatie, dat vind ik interessant. Een grote zaal als Vorst Nationaal of het Sportpaleis, de intieme sfeer van kleine clubs, grote festivalpodiums... Dat alles zorgt voor afwisseling in het muzikantenbestaan. Al zal ik meteen toegeven dat we het hoofdpodium van Werchter toch wel als een van onze grootste uitdagingen hebben beschouwd. In 2006 stonden we daar als voorlaatste groep geprogrammeerd op zondag, juist voor Depeche Mode. Dat was niet niks.
GUIDO: Wanneer stond je zelf voor het eerst op een podium?
Alex: Ik moet een jaar of vijftien zijn geweest, denk ik. Ik speelde toen in een of ander klein groepje. Hetgeen ik me nog het best herinner, is wat een journalist 's anderendaags in de krant zette over ons optreden. Hij schreef dat onze muziek hem deed denken aan badschuim met limoenen. (lacht) Gelukkig heb ik niets tegen die welbepaalde geur van badschuim, anders was ik toen misschien al gestopt met muziek maken.
GUIDO: Ga je zelf nog vaak naar festivals, als publiek?
Alex: Als we zelf op een festival moeten spelen, probeer ik altijd wel de groepen mee te pikken die voor ons op het podium staan, al forceer ik me dan niet om per se alles te willen zien. Drie, vier groepen, maximum. Vanaf het vijfde concert op rij begint mijn concentratie te slabakken, en dan heeft het eigenlijk geen zin meer. Op de Lokerse Feesten laat ik ook altijd wel eens mijn gezicht zien. Ze zetten mij daar op de guestlist. Tja, ik hoef niets te betalen, dus het zou wel ondankbaar zijn van mij om dan niet een keertje te komen kijken hé.
GUIDO: Heb je backstage op festivals al idolen van jou ontmoet?
Alex: Dat komt uiteraard wel eens voor, maar eerlijk gezegd kan dat ook tegenvallen. Op een festival in Italië hebben we eens Alison Goldfrapp ontmoet. Ze kwam net van het podium en onze pianist feliciteerde haar met haar optreden. Weet je wat ze antwoordde? "Hey man, if that was a great show, you probably have shit in your ears." Die gedroeg zich als een verwende diva, terwijl haar muzikanten wel heel sympathieke lui waren. Nee, als er backstage een goeie ambiance ontstaat onder muzikanten, dan betreft het vaak de minder bekende artiesten.
Geike en Noémie
GUIDO: Alex, jij bent het brein achter Hooverphonic, maar de zangeressen stelen de show: vroeger Geike en vandaag Noémie. Is het niet frustrerend om op het tweede plan te staan?
Alex: Daar heb ik geen problemen mee. En aangezien er in het publiek altijd wel een paar mooie meiden in mijn richting kijken, vind ik het zelfs helemaal niet erg. In Nederland zijn er altijd wel een paar die een tong met mij willen komen draaien. Dan zeg ik: ik heb thuis al een Hollandse vriendin. Dat volstaat, dank u.
GUIDO: Was je in paniek toen Geike aankondigde dat ze de groep wou verlaten?
Alex: We hebben in het begin wel een paar dagen gepanikeerd ja. Dat was eind 2008. Maar al snel hebben we besloten een annonceke te plaatsen om op zoek te gaan naar een nieuwe zangeres. Daar zijn meer dan duizend reacties op gekomen, uit de hele wereld. We wisten wel wat we wilden, maar we beseften ook ten volle dat Hooverphonic op een heikel kruispunt in onze carrière was beland. De keuze van de nieuwe zangeres zou cruciaal zijn voor de groep. Herinner je je Morcheeba nog toen de zangeres was vertrokken? Die zijn toen echt door een diep dal gekropen voor ze terug op het juiste pad geraakten. De groepen die het vertrek van een frontvrouw vlekkeloos overleven, zijn niet dik gezaaid, dat kan ik je verzekeren. Daarom hebben we toen besloten niet over één nacht ijs te gaan. We hebben de tijd genomen om onszelf in vraag te stellen.
GUIDO: En toen belandde de demo van Noémie op je bureau, een pas afgestudeerde studente die nog nooit op scène had gezongen.
Noémie: Sterker nog: ik had zelfs nog nooit zangles gekregen. Op school had ik wat gezongen, en voor de rest beperkte mijn zangervaring zich tot mijn badkamer en op de fiets. (lacht) Ik had juist gedaan met mijn studies grafiek aan de Gentse academie toen ik op die advertentie van Hooverphonic heb gereageerd. Ik had Hooverphonic nog nooit live gezien. Ik was zelfs helemaal geen fan.
Alex: Er stonden vier liedjes op de demo van Noémie, onder meer een stukje Santana en de klassieker 'Loving you' van Minnie Riperton. Ze zong zo verbluffend goed dat ik haar ervan verdacht autotune-software te hebben gebruikt. Toen ik haar per e-mail vroeg of ze niet vals had gespeeld, was ze oprecht beledigd. Daarna zijn we naar de Ancienne Belgique getrokken voor een live casting voor de camera. Ook daar was Noémie veruit de beste kandidate. Ze heeft charisma, ze is in staat onze back catalogue te zingen en ze straalt frisheid uit. Echt verbazingwekkend voor iemand zonder muzikale achtergrond.
(SD) & (CT)