|
|
|
|
Gepost: 3/03/2003
Categorie: Cd's
Bettie Serveert is het andere hele sterke dat Nederland op muzikaal vlak te bieden heeft, naast Anouk dus. Opnieuw is het de ongelooflijke stem van Carol Van Dijk waarmee Bettie staat of valt. Log 22 is eigenlijk de vijfde elpee van deze noorderburen, maar pas de tweede die echt zal doorklinken in België. Want we zijn meer dan vroeger vatbaar voor de mooie stem van Carol sinds ze met Pascal Deweze meedeed op Sukiloves debuut en sinds Chitlin Fooks al lang geen onbekende naam meer is bij ons. Wij zullen Bettie Serveert altijd het best blijven kennen van hun magische debuut Palomine en het lekkere 'Kid's allright' van die plaat. Bettie is gegroeid en heeft van twee iets koeler ontvangen platen veel geleerd. Tussenin bleef hun tweede Lamprey nog net aan de ribben hangen en maakten ze een adoratieplaat voor de Velvet Underground. Log 22 is heel gevarieerd in stijlen en huppelt van een poprockdeun als het op de radio golvende 'Smack' naar sfeerstukken, jazz, integere indie-pop als 'Not coming down' of gevoelswandelingen met piano in 'Cut and dried'. Die ruime variatie komt het album danig ten goede en wijst alle hokjesmentaliteit de deur. Zelfs als je Lou Reed bijna om de hoek ziet kijken in de sfeer van 'White Dogs', een dame die soul en rock in het hart draagt. Wel gek is dat er precies een onbestemd 90's-gevoel door de muziek klinkt, zonder dat je dat oubollig vindt. En Carol die eens als een jonge Aimee Mann klinkt, dan zingt als tussen de Cardigans zoetgevooisde en het meer rasperige van een Joni Mitchell, kortom gewoon echt een uitzonderlijke stem en een mooie dame met prima muzikanten om zich heen. Met het draaien en rondzwerven in een trompet en de zachtheid van 'Certainlie' en het eindeloos verderjammen en uitspinnen van 'The ocean, my floor' als beste bewijs. De tweede muziekkeizerin van Nederland en een blij, sterk terugkeren van een groep die wars van hitlijsten en met lak aan een vast hokje in de beste indie-traditie een naam maakt om in te bijten. Carol Van Dijk blijft heel erg allright! (LAD)
|
|
|
The Field: Looping state of mind
07/02/2012
Op zijn derde album gaat Axell Willner met schemerdonkerdance of gewoon highwaytrance verder in het fundamenteel uitpuren van de ‘loop’. Een basisstukje muziek dat hij eindeloos herhaalt en waar hij telkens andere lagen bovenop legt. Dat geeft songs waarbij je zo’n zes à negen minuten puur geniet. We moesten vaak aan ‘Selected ambient works 85-92’ denken, de absolute klassieker van Aphex Twin. Net zoals Aphex tovert Willner kracht en droom met lagen zuiverheid op elkaar tot een wolkendek van complexiteit, een donsdeken van loopmania en uitgekiende momenten van hapering. De titeltrack klikken we systematisch op repeat voor een keer of zes, heerlijk meeslepend en met ambitie voor de dansvloer. Als het tempo wordt opgedreven hoor je ook vaak echo’s van James Holden, nog zo’n devoot van zuiverheid in de beats. The Field is alles wat de bandnaam zegt: open, eindeloos, vol herhaling, majestueus in zijn eenvoud, bescheiden in zijn grootsheid.
(LAD)
|
|
|
Florence & the machine: Ceremonials
21/01/2012
De kracht van ‘Dog Days Are Over’, de song waarmee we Florence leerden kennen, blaast ons nog alle dagen omver, maar de 25-jarige natuurkracht van een vrouw heeft ondertussen al haar tweede album uit. Ceremonials staat voor meer drums, meer mystiek, meer eindeloos uithalen met de stem, meer stormig drumgeroffel, majestueuze koren, een orgie van aanzwellend geluid, ontploffende refreinen en knallende bombast van crescendo naar crescendo. Minder richting en minder magie ook. Wij missen wel wat rust en wat ruimte. Je lijkt als kijker-luisteraar wel gevangen op een gigantisch stadionconcert waarbij je moet luisteren, moet feesten, moet vrolijk zijn en moet opgaan in de kolkende soepmassa. Mee met de stroom, mee het collectief. Misschien moeten we deze plaat gewoon even uitzitten tot de energie van Florence beter gekanaliseerd wordt en het haar van dit wilde veulen wat kalmte vindt? Conclusie: fijne plaat, maar we worden er soms een beetje moe van.
(LAD)
|
|
|
Sherman: On his side
07/01/2012
Eigenlijk wisten we meteen al dat we respect moesten en zouden hebben voor Sherman, aka Steven Bossuyt. Al je moed samenrapen en in je eentje naar Londen trekken om je daar voor de leeuwen van de Engelse muziekbizz te werpen, faut le faire! Overdag werken als barista en ’s avonds televisietijd op de BBC versieren én tegelijkertijd je hit naar België exporteren is al cool op zich. Maar heb je ze al eens live gezien? Wij wel, twee keer, en dan zie je van dichtbij hoe hard ze ervoor gaan. Ook Stevens mooie Engelse tongval kan ons bekoren, en dan hebben we het nog niet eens over de songs gehad! ‘On your side’ is een heerlijke song, tussen romantisch-knullig-lief en wanhopig-droevig-de laatste kans, met een refrein dat meteen aanslaat. Sherman laat telkens zorgvuldig een bommetje los om de honger naar een volledig album aan te wakkeren en dat lukt. Wij hebben al véél honger. Even wachten tot 2012 dus.
(LAD)
|
|
|
Kato: Flamingo
10/12/2011
Wij zijn fan van Kato. Jean Blaute zei het in de jury van Idool meteen: “Daar kunde niet kwaad op zijn”. De titelsong is echt raak: een mooie opbouw, lekkere beat en een stem die er zuiver en breekbaar krachtig boven zweeft en waarmee ze nu en dan eens uithaalt. Een pluim voor producer Jeroen Swinnen! Hoe ze ‘Dancing on my own’ van Robyn naar haar hand zet is even sterk. Na die song is het op de tanden bijten bij wat vreemde experimenten tot nog maar eens duidelijk blijkt dat Kato ster
|
|
|
Modeselektor: Monkeytown
02/12/2011
Dit Berlinerduo behoort moeiteloos tot de meest boeiende dj’s-producers van de afgelopen tien jaar. Big beats, minimal, IDM, stepbeats, grimey, RB, breakcore, zweefdance, nerveuze clicks, overdraaide rap, remixes tien keer beter dan het origineel; Modeselektor slingert het keihard en enthousiast met blinkende oogjes richting Thom Yorke van Radiohead, die al eerder met hen samenwerkte. Dit keer het fenomenale ‘Shipwreck’ en ‘This’. Heerlijk om te horen hoe de emotie er staps- en stijgenderwijs meer uit komt naarmate Modeselektor Yorkes stem tot snippers knipt, kraakt, rekt en scheurt. Nerveuze, ronde drums eronder, sleepzwevende tot snerpende elektronica errond, magistraal. In ‘This’ hou je nog een skelet van een stem over op golvende beats, maar véél meer gevoel en sfeer dan je van dance mag verwachten. Op ‘Evil twin’ gaat het bleephard: gefronste beats, breakcore-cult Von Shirach op stem, ijziger dan de donkerste Duitse coldwave. Of de soulvolle stepB of hoptech zo je wil, met de verknipte warme vocals van Miss Platinum - doet ons denken aan Hudson Mohawke. Elke song is hypergevarieerd smullen, de plaat ultieme, perfecte dancehybride.
(LAD)
|
|
|
Bjork: Biophilia
23/11/2011
IPhone en iPad Apps of niet ( bij elke song hoort dit keer een app), Björk maakt muziek. Een zevende album, en dat is sinds Debut nog steeds uitermate boeiende, gedurfde, passionele, grensverleggende muziek. Organisch met de wereldwijde natuur als muziekinspiratie waarmee je donder, kristal, maan, kosmos als gevleugelde woorden in de songtitels terugvindt. ‘Mutual core’ is een lakmoesproef van Björks muziek, hard met overdraaiende dubstep/gabber-beats - zij is altijd lichtjaren voor op de commerce - beats als tektonische platen schokkend naar de oppervlakte, begonnen uit een ingetogen orgel en haar stem als vaste waarde, licht, subtiel en toch dwingend. We denken vaak aan haar derde album Homogenic, gedurfd en toch even vaak appellerend aan de dansvloer. Véél orgels, dwarrelende blazers, lieflijk glashelder slagwerk, driftige beats ook. Biophilia eist een plaats op tussen Homogenic en Volta, vaak toegankelijk tot poppy als ‘Crystalline’ of ‘Mutual core’, even dikwijls het eigenwijze experimentenveld als ‘Hollow’ of het bijna lugubere ‘Dark matter’ van een onevenaarbare zangeres, muzikante, artieste. (LAD)
|
|
|
Black Box Revelation: My Perception
20/11/2011
Als er één band rock-'n-roll is in België, dan is het Black Box. Als er één band is die de lijn tussen poppy en authentiek betokkelt, is het ook Jan en Dries. En als er één band is die er zo verdomde voor gaat, dan is het Black Box. Geproducet door Alain Johannes, die al bij Queens of the Stone Age aan de knoppen stond, touren in de States tegen 1000 km per dag, met twee een sound voor een heel podium neerzetten en een ongenaakbare cool behouden, maar toch een koppel sympathieke peren zijn, het is weinigen gegeven. ‘Madhouse’ is stampen en aan de snaar snokken, rock met een vuile zelfvoldane grijns. De titeltrack en ‘Rattle my heart’ zijn dat evengoed, singles, goeie singles. ‘Skin’ is een roller: marcheren, stoere tristesse en een gierende gitaar. ‘Sealed with thorns’ is een orgelpunt van zeven minuten genieten. Let op het zorgvuldig gekozen streepje piano dat zó hard de toon zet, omringd door het mooie ingetogen geweeklaag om een nieuwe zon, een nieuw begin in ‘New sun’, het episch-filmische tweeluik ‘ 2 young boys’ met een blues-sludge-gitaaruithaal voor rillingen en het vooruit-terugblikkende mijmerende ‘Lonely hearts’. De beste Black Box-plaat tot nu.
(LAD)
|
|
|
Geike: For the beauty of confusion
18/11/2011
Eerlijk? Wij zijn nooit grote fan geweest van Hooverphonic en eigenlijk wel van Geike Aernaert. Een soloplaat zou dus fantastisch moeten zijn. Maar geef ze wat tijd, nog een album verder? Oké, de songs kunnen hier en daar beter, maar Geikes stem is goed, is heel goed en lijkt hier toch best op zijn gemak. De sfeer is helemaal anders en weg van de bombast waar Hooverphonic soms last van had. ‘Icy’ is waar Geike heen moet: ongedwongen zingen, lichtvoetig, dromerig, doet vaak denken aan Tori Amos, Florence zonder Machine, An Pierlé, Kate Bush op haar gemak. Geikes stem houdt veel in evenwicht. Bij ‘Smile’ klinkt dat als een dromerige, blije, bevrijde song boven synths, strijkers en piano. ‘Night time round here’ is dan eenvoud: de stem, sober omringd en dan opspringend of de titeltrack, frêle, open en toch intiem. Laat dame Aernaert even tot zichzelf komen, zich opnieuw uitvinden en volgens ons komt het wel goed. Misschien zelfs beter. Wij kunnen er alvast goed aan wennen.
|
|
|
Phaeleh: Fallen Light
09/01/2011
Zoals jullie weten, zijn we ondertussen in de post-dubstepfase en gebeuren er opnieuw interessante dingen in die muziekhoek. Terwijl de jeugd, ook jullie, zich bewusteloos laat drillen door ‘den diepste bas’, zijn wij altijd meer gefascineerd door dubstep die in zichzelf keert, wat per definitie van het genre eigenlijk niet makkelijk is.
Dubstep vult de dansvloer en leeft nog steeds in de hype, zoals ooit ook drum bass, jungle of fidgethouse dat deden, en op de dansvloer zijn de hits niet altijd de meest fijnzinnige. Maar moedigaards zoals Mount Kimbie, Burial helemaal aan het begin en meester Kode9 hebben altijd ook de rust in dubstep gezocht. Phaeleh komt uit Bristol (go Banksy!!!) en weeft tere klanklandschappen, gaat zelden onder de vijf minuten per track, neemt dus zijn tijd. Het is een Café Del Mar chillstep
|
|
|
Kisses: The heart of the nightlife
02/01/2011
Een stem als Hot Chip, gezellig aan tafel bij de klank van Vampire Weekend tot Hercules Love Affair. Het klopt als eerste indruk. Maar Kisses heeft veel lagen en is nooit zo vrolijk.
Het is erg L.A., de plastic-spookstad-nonchalance loopt er vanaf, of de jaren tachtig van hoge kuiven, vrijuit snuiven en Bret Easton Ellis’ American Psycho. Neem het ons kwalijk, maar we zien om het halve nummer de lege hulzen van mensen die L.A. bevolken, angst onder de make-up. Feestjes aan het zwembad met de lichtjes van de stad in de diepte en het hoofdpersonage in een waas van paranoia. Kisses heeft afwisselend iets triest dreigends en dan weer zweverig dromende elegantie als de
|
|
|
Meer artikels: (nog 375 artikels in deze categorie)
|
|
|
|