WORKAHOLICS: Xander De Rycke
Terwijl vakbonden verwoed onderhandelen over werkduurverkorting en nogal wat werknemers worstelen met een burn-out, zijn er ook mensen die maar niet genoeg krijgen van hun job. Ze staan op met hun werk, gaan ermee slapen, en 's nachts dromen ze ervan. Zeven dagen op zeven. And they love it. Het zijn workaholics, en GUIDO probeert een gaatje te prikken in hun overkokende agenda.
"Comedy lijkt wel een drug: je beklimt telkens weer het podium, op zoek naar dat gevoel."
Het zevende seizoen van Comedy Casino, het Canvas-programma met stand-uppers uit de hele wereld, wordt gepresenteerd door Xander De Rycke, die in 2007 doorbrak als de eerste - en tot nader order jongste - winnaar van de Comedy Casino Cup. Naast zijn tv-werk blijft Xander actief op de planken in het comedycircuit, en in de boekhandel vind je zijn autobiografisch werk Het leven is kak. En dan wordt het grappig. Voorwaar, er zijn twintigers die een rustiger leven leiden.
GUIDO: Als iemand op zijn achttiende zegt: ik ga mijn brood verdienen met comedy, dan gaat het om een ambitieus manneke.
Xander: Dat mag je gerust zeggen, maar tegelijk een manneke op het einde van zijn krachten. Het ging niet goed op school, dus studeren zat er niet in. Gaan werken wou ik ook niet, dus ik moest het wel in de 'kunstige' richting zoeken. Gelukkig ben ik arrogant genoeg om in mezelf te geloven. Als ik iets wil, dan doe ik het. Ik heb altijd van mezelf gevonden dat ik grappig kon zijn. Mijn vrienden op school, mijn familie en zelfs mijn vriendinnen maakte ik altijd aan het lachen. (grijnst) Godzijdank heb ik dat ook op het podium kunnen bewijzen, dus het zal wel waar zijn zeker?
GUIDO: Nooit schrik gehad van die sprong in het duister?
Xander: Dat viel mee. Er zijn twee of drie maanden verstreken tussen het moment dat ik stopte met school en mijn eerste optreden. Dan denk je wel eens: als dit niet goed afloopt, weet ik echt niet welke richting ik uit moet. Nu ja, na een eerste optreden geef je het natuurlijk niet meteen op. Niet iedereen is goed van in het begin. Bij comedy is het zo dat je de smaak te pakken krijgt zodra je je eerste lach en applaus hebt gekregen. Het lijkt wel een drug: je beklimt telkens weer het podium, op zoek naar dat gevoel.
GUIDO: Je hebt ondertussen wel een studententijd gemist. Heb je daar geen spijt van?
Xander: Ik vond het op school al niet leuk, dus...
GUIDO: Hogeschool of universiteit is iets heel anders. Het vrije leven!
Xander: Pff, ik zit midden in het vrije leven. Vind je dat studenten zo vrij zijn? Ze gaan allemaal naar hetzelfde café, bij dezelfde studentenvereniging, naar dezelfde fuif... Dat noem ik geen vrijheid. Stoppen en van nul herbeginnen, dat is pas vrij zijn. Ik heb het nooit gehad voor clichés, voor de ene richting waar iedereen voor kiest. Ik wou altijd liever het tegenovergestelde doen.
GUIDO: Ben je blij als je studenten in de zaal krijgt?
Xander: Dat is een toppubliek. Ik ben zelf drieëntwintig, dus we zitten op dezelfde golflengte. Als er één doelgroep is die mij volledig snapt, dan zijn het wel de studenten. Geef me een zaal vol mensen van mijn leeftijd, en het is er boenk op. Ik richt mijn pijlen specifiek op die generatie. Ze zullen samen met mij ouder worden en ik hoop hen nooit te verliezen als publiek.
GUIDO: Is humor dan niet leeftijdloos?
Xander: Ik vind van niet. Ik wil hier nu geen kritiek leveren op iemand als Geert Hoste, maar ik denk niet dat die er nog veel fans bij krijgt. Ik kan me niet voorstellen dat gastjes van zestien in de zaal gaan zitten om naar hem te luisteren. De jeugd is opgegroeid met Philippe Geubels en Alex Agnew. De comedyscene vernieuwt zichzelf. Hetzelfde geldt voor Jacques Vermeire en Gaston Berghmans. Ooit stopt dat, niet noodzakelijk omdat zij stoppen met optreden, maar omdat hun publiek uitsterft.
GUIDO: Hoe verklaar je dan de onsterfelijke populariteit van Urbanus?
Xander: Dat komt omdat Urbanus gewoon... beter is. Urbanus is er voor iedereen, en dat zijn de anderen nooit geweest.
GUIDO: Wil jij voor iedereen zijn?
Xander: Nee. Dat weiger ik. Het heeft geen zin om te proberen zijn zoals Urbanus, want hij is uniek. Die man heeft de lach in zich. Laat Urbanus voorlezen uit het telefoonboek, en het resultaat zal nog altijd grappiger zijn dan het materiaal van sommige comedians.
Mengsel van ADHD en liefde
GUIDO: Klopt het dat je op school les hebt gekregen van Henk Rijckaert, en dat hij je comedytalent heeft ontdekt?
Xander: Dat klopt, in het vijfde middelbaar, het jaar dat ik ben gestopt met school.
GUIDO: Ha, het is dus allemaal zijn schuld?
Xander: Ja, dat zal hij graag horen. (lacht) Henk was mijn leerkracht biologie. Je merkte wel dat hij anders was dan andere leraars. Hij stond niet voor een klas, maar voor een publiek. Henk beschouwde ons als gelijken. Een losse leerkracht, die bijvoorbeeld zei: "Je mag eten in mijn les, maar zorg dat ik achteraf je rommel niet vind." Dat had ik van een leerkracht nog nooit gehoord. Hij maakte ook grapjes, en ik viel uit de lucht toen ik van medeleerlingen hoorde hij stand-upcomedian was. "Wat?!" "Ja, Rijckaert kent Urbanus, hij heeft er een programma mee gemaakt!" Dat maakte indruk op mij. Ik had toen één keer per week een programma op Radio ZRO, een lokale radiozender in Zelzate, over de lichte kant van het regionale nieuws. Ik heb hem toen een kopie van mijn tekst bezorgd, en hij vond dat er iets in zat. Hij zei: "Je zal alleen maar weten of het werkt als je het probeert." Wel, ik heb het geprobeerd, in december stopte ik met school, ik werd achttien, ik won een wedstrijd en een week later stond ik al met Henk op het podium van een jeugdhuis.
GUIDO: Toen jij deelnam aan de Comedy Casino Cup werd je gecoacht door Alex Agnew. Wat heeft hij je geleerd?
Xander: Dat ik me vooral moest amuseren. Hij heeft nooit iets voor mij geschreven of geprutst aan wat ik wou doen, maar hij heeft wel geprutst aan de persoon zelf. Ik kwam uit een nogal donkere periode, en dan krijg je plots een coach aangeboden die bestaat uit een mengsel van ADHD en liefde. Want dat is Alex: de braafste gast ooit. Zijn coaching zat in de kleine dingen. Me aansporen om zonder muts op te treden. Me leren het publiek aan te kijken. Zeggen dat ik moet glimlachen, zodat de mensen zien dat ik daar graag sta. Dat zijn dingen die ik van hem heb opgepikt.
GUIDO: Nu klinkt het alsof de Vlaamse comedians één grote vriendengroep zijn.
Xander: Dat is nu ook weer niet waar. Met sommigen heb je meer raakpunten dan met anderen, en dan doe je wel eens iets samen. Naar de cinema gaan of zo. Maar zijn we daarom dikke vrienden? We zijn altijd blij als we elkaar zien, maar met verschillende comedians in één kamer samen zijn, dat is ook wel uitputtend. (lacht) Rivaliteit kennen we niet echt, jaloezie des te meer. Maar dat is gezond en eerlijk.
GUIDO: Jaloers op andermans succes, of op andermans materiaal?
Xander: Allebei, al kun je aan je materiaal altijd sleutelen. Maar als je Alex Agnew vijf Sportpaleizen ziet uitverkopen, dan zegt iedere komiek: damn, dat wil ik ook! Dat is waar je naartoe werkt.
GUIDO: Dus je collega's zeggen nu knarsetandend: damn, Xander mag dit jaar Comedy Casino presenteren?
Xander: Waarschijnlijk, want ik was niet de meest voor de hand liggende kandidaat.
GUIDO: Je hebt een boek geschreven over jezelf en over comedy. Tot mijn verbazing schreef je op je blog dat je daar trotser op bent dan op je dvd.
Xander: Er zit heel veel werk in die dvd, maar de basis was de show zelf. De dvd is dus maar zo goed als de voorstelling. Oké, het was een leuke avond, het werd een heel leuke show, dus ik ben tevreden over de dvd. Maar dat boek was voor mij iets totaal nieuws. Ik was een beetje bang dat ze me een arrogante lul zouden vinden omdat ik op mijn 23ste aan een autobiografie begon, en tegelijk de comedykenner ging uithangen. Bovendien staan er gevoelige dingen in die ik nog nooit had prijsgegeven. Ik laat sowieso al niet vaak het achterste van mijn tong zien, want de laatste tijd voelt men zich zo snel beledigd. Toen het boek goed werd onthaald, was dat echt een pak van mijn hart. Als iemand me zegt dat ze mijn show goed vonden, dan ben ik daar blij mee. Maar mijn shows, dat is hetgeen ik doe. Als iemand me zegt dat ze het een straf boek vonden, dan flatteert me dat nog meer, omdat ik me daar op onbekend terrein heb begeven.
Copyright foto: Geert Peters
(HDP)